Van der Sloot

Promotie Bart van der Sloot

 

31/06/2017

 

Vrijdag 30 juni j.l. vond de promotie plaats van Bart van der Sloot. Plaats van handeling: de karakteristieke Agnietenkapel van de Universiteit van Amsterdam. De promotoren zijn de hoogleraren Nico van Eijk, directeur van het Instituut voor Informatie Recht (IViR) van de Universiteit van Amsterdam (UvA), en Beate Roessler, hoogleraar aan de faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA, met als co-promotor de hoogleraar Natalie Helberger, hoogleraar aan het IViR. Bart is inmiddels werkzaam bij TILT.

 

In zijn lekenpraatje lichtte Bart de kern van zijn proefschrift toe. Hij ziet een probleem in de steeds complexer wordende wereld van big data en de bescherming van privacy daarbinnen. Dat is geen nieuw perspectief. Maar Bart geeft in zijn proefschrift een vernieuwende kijk op dit probleem. Hij constateert dat de regulering van privacy tegengesteld beweegt aan de technische realiteit. De bescherming verschuift van een meer maatschappelijke weging naar een individuele bescherming, de aandacht komt steeds meer op rechten van het individu te liggen terwijl dat voorheen sterker uitging van de plichten van de gegevensverwerkende organisatie, waar voorheen sprake was van intrinsieke beginselen zoals de noodzakelijkheid, effectiviteit en proportionaliteit van maatregelen is nu meer sprake van een extern gemotiveerde belangenafweging, en het is allemaal veel scherper ingekaderd in een juridisch beoordelingskader waar eerder ook andere reguleringsmogelijkheden bestonden. En dat terwijl de wereld van big data zich steeds meer buiten het blikveld van de betrokkene vormt. Mensen zijn beginpunt en sluitstuk van op big data gebaseerde diensten. Dat maakt ook dat ze in de regel weinig directe hinder of schade ondervinden als er iets misgaat. Terwijl de huidige benadering veronderstelt dat organisaties zich voortdurend rekenschap geven van mogelijke hinder of schade.

 

Bart pleit er niet voor om de privacybescherming overboord te zetten, een pleidooi dat ook vaak als reactie te horen valt. Hij zoekt het in een andere richting, de richting van de deugdethiek. De deugdethiek die personen en organisaties ertoe aanzet om naar perfectie in hun handelen te streven. Die perfectie komt terug in minimum voorwaarden waaraan voldaan moet worden en maximum voorwaarden waar naar gestreefd moet worden. In relatie tot privacy en gegevensbescherming zit dit voor de staat in het bieden van transparantie over haar handelen (minimum) en het bieden van zoveel mogelijk vrijheid aan haar burgers (maximum).

 

In zijn proefschrift onderzoekt Bart de deugdethiek binnen de context van de privacybescherming en de regulering van de bescherming van personen met betrekking tot de verwerking van hun gegevens. Hij concludeert dat het niet altijd zinvol is om vast te houden aan het onderscheid tussen persoonsgegevens en andere gegevens als het om de invulling van de voorwaarden gaat, en dat regulering zich uit moet strekken over de analyse, en niet beperkt zou moeten worden tot verzameling en gebruik.

 

De promotiecommissie had waardering voor de aanpak en het resultaat van het onderzoek. De meeste vragen gingen over de daadwerkelijke en concrete uitwerking van het opgestelde deugdenkader in het perspectief van de hedendaagse praktijk. Duidelijk werd dat de rechtsfilosofische insteek in het proefschrift onlosmakelijk verbonden is met een politicologische opvatting over de rol van individuen, instituties en de staat. Waar het proefschrift daar minder helder over is wist de promovendus dat in de gesprekken met de opponenten op een overtuigende manier onder woorden te brengen.

 

Marc van Lieshout

 

P.S. Belangstellenden kunnen een exemplaar van het proefschrift verkrijgen via uitgeverij Intersentia. Bart van der Sloot (2017). Privacy as Virtue – Moving Beyond the Individual in the Age of Big Data, School of Human Rights Series, Vol 81.