Living Lab

Living Labs

 

21/04/2017

 

Volkskrant: Big Data - Waarom camera’s en sensoren geen oplossing zijn

 

In een column van Toine Heijmans in de Volkskrant wordt PIlab Member Masa Galic geinterviewd:

 

"De straat is vijftig cafés, tien snackbars en twee coffeeshops lang en ergens ziet iemand ons lopen. Misschien vallen we op, kijken we te lang naar de bolcamera’s en kabelbundels die op de lantaarnpalen zijn gebonden. Naar de minuscule schotels, de sensoren. De warmte die we verspreiden, het geluid dat we maken – als Maša nu gaat gillen zetten digitale receptoren haar geluid om in angst en kan iemand daar ergens gevolg aan geven. Niets blijft meer onopgemerkt. Maša Galic is een Sloveense juriste die in Tilburg promoveert op de vertechnisering van het Stratumseind, de uitgaansbaan in Eindhoven. Na drie jaar is ze haar verbazing nauwelijks te boven. Wat hier gebeurt, zegt ze, gebeurt met de beste bedoelingen. Iedereen wil een fijne straat. Dat moet ik echt opschrijven. Maar de apparatuur die de engte nu omheint is zo invasief, dat het de menselijke onafhankelijkheid raakt. De vraag is of dat opweegt tegen het resultaat. Het Stratumseind (‘als je daar naartoe gaat is de kans groot da ge op oew bakkes wor geslagen’ – Theo Maassen) is een levend laboratorium

geworden. Living lab is het modewoord dat ambtenaren en hun commerciële partners graag gebruiken: ‘smart city’, ‘city pulse’. In hyperconnected Eindhoven uiteraard.

 

Iedereen die hier loopt,doet ongevraagd mee aan het experiment. Er hangen geen waarschuwingsborden; mensen moeten puur zijn om mee te experimenteren. Maar dit is geen laboratorium, zegt Maša: wij zijn hier, het is een publieke plek. ‘Niemand heeft toestemming gegeven voor deelname.’ Omwille van veiligheid en gezelligheid is alles meetbaar gemaakt: het geluid, de temperatuur, de bezettingsgraad van de parkeergarages. Machinelearning-processen filteren Twitterberichten op sentiment en dreiging. Bovenin de lantaarnpalen zijn stalen schoenendozen gemonteerd met ledlampen die de gemoedstoestand van de massa beïnvloeden. Als ik Maša nu een mep verkoop, of woest ga zoenen, is dat onwenselijk gedrag? Gaan we het nu niet hebben over privacy, want dan haalt iedereen z’n schouders op. Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen – dat is het antwoord als ik er hier naar vraag. Het verkeerde antwoord, zegt Maša: ‘We hebben allemaal wat te verbergen, we doen doorlopend dingen fout.’ Maar ze zegt ook iets anders.

 

Haar fascineert de omgang met de publieke ruimte, en wat daar nog mogelijk is. Er moet een plek zijn, zegt Maša, waar je dronken kunt worden en kunt vechten, al-leen al om te begrijpen dat het niet handig is. Een plek voor afwijkend gedrag. ‘Vroeger had je een paar agenten die beperkt waren in wat ze konden zien. Nu is alles mogelijk. De vraag is hoe ver je wil gaan met reguleren.’ De intelligente straatverlichting past zich aan bij ongeregeldheden – maar wie bepaalt wat ongeregeld is? Slimme sensoren zijn dom, er zijn mensen nodig om ze te coderen. Codeer maar eens het geluid van agressie, ‘dat wordt nu gedefinieerd als een hoge menselijke stem met een sterke intensiteit’, zegt Maša – maar agressie kan ook anders klinken. Blaffende honden. Een zacht uitgesproken dreigement. ‘Het zijn keuzen gemaakt op basis van wat we geloven dat agressie is.’

 

De wethouder, Staf Depla, schreef een brief aan het kabinet omdat hij ‘spelregels en principes’ wil voor het verzamelen van big data zoals in Stratumseind. Want die zijn er niet. Beetje laat. Het ontbreken van wetgeving, zegt Maša, maakt een levend laboratorium interessant voor commerciële bedrijven die graag gratis meewerken. ‘Zij maken de dienst uit.’ Ze zetten standaardgedrag om in algoritmen, waarmee ze bepalen wat normaal is en wat abnormaal. ‘Eerst een goede studie doen en dan pas beginnen met een experiment lijkt me verstandiger dan andersom.’ Een mens gedraagt zich naar de omstandigheden: wij weten dat hier camera’s hangen en passen ons aan. Wij zijn niet langer naturel. Dat wordt in de wetenschap het chilling effect genoemd: ‘Als ik weet dat ik word geobserveerd, disciplineer ik mezelf’. Best handig, zeg ik, in een straat beroemd om zijn vechtpartijen. ‘Klopt’, zegt Maša. ‘Maar als straks overál camera’s hangen, kun je niet meer autonoom zijn. Dan is er geen plek meer voor outsiders. Je krijgt dan een samenleving met mensen die zich anders voordoen dan ze zijn.’

 

Misschien slaan ze niemand meer op hun bakkes, onder de technologische hemel van Stratumseind. Dan slaan ze iemand ergens anders op hun bakkes. ‘Dit zijn sociale problemen’, zegt Maša. ‘Geen enkele technologie zal de diepe wortels van sociale problemen oplossen.’ "